‘Ik heb iets waar ik niet zomaar vanaf kom. Ik vecht ertegen. Maar ben me ervan bewust dat ik er eigenlijk erg weinig controle over heb.’ Remco Bakker (26) beklom vorig jaar de Mont Ventoux voor zijn vader, die eind mei 2010 overleed aan een hersentumor. Dit jaar bedwingt hij ‘de kale berg’ vooral voor zichzelf. Want ook bij hem werd een tumor in zijn hersenen geconstateerd.
‘Dan staat de wereld even stil. Ik klapte dicht, maar kon wél helder nadenken. Je wordt je ineens bewust van je kwetsbaarheid. Maar ook van de vechtlust die naar boven komt. Het gevoel van berusting had de overhand. Je relativeert alles. Vooral in het begin. Het slechte nieuws kwam bij de mensen om me heen harder aan dan bij mezelf.’
Remco glimlacht. Zijn linkeroog is afgeplakt, maar verder is er eigenlijk niks bijzonders aan hem te zien. ‘Ik zie sinds de laatste operatie, waarbij ze een deel van de tumor hebben weggehaald, dubbel. En ik ben sneller moe. Ik moet regelmatig flink bijtanken.’ Zijn studie technische bedrijfskunde heeft hij tijdelijk stopgezet. Om zijn conditie te verbeteren probeert hij zo’n twee tot drie keer in de week op de racefiets te zitten.

Foto: Sieb van der Laan
Zwaarder
‘Het gaat steeds beter. Ik wil de Mont Ventoux per se op in september. Ik verwacht dat het zwaarder en emotioneler wordt dan vorig jaar. Ik zal vechten. Dat is een ding dat zeker is.’ Het is vreemd om te bedenken dat hij tijdens zijn vorige rit in de Provence al een tumor had. Toen wist hij het alleen nog niet. Deze zomer krijgt hij de uitslag van zijn hersenscan. ‘Als je het mij vraagt, stel ik de eventuele bestralingen het liefst uit tot na de beklimming.’
De Steenwijker vertelt dat hij sinds zijn ziekte is veranderd. ‘Ik ben opener geworden. Toen mijn vader ziek was, merkte ik dat hij probeerde een positieve houding aan te nemen ten opzichte van anderen. Dat had namelijk ook een positief effect op hemzelf. Ik merk dat ik hetzelfde doe. Ik probeer erover te praten en me op anderen te richten. Niet alleen mijn moeder, maar ook mijn vriendin Joani heeft behoorlijk wat te verwerken gekregen. Mijn vriendin werkt in de thuiszorg en verleent zorg aan oudere mensen waarbij ze ook te maken kan krijgen met mijn ziektebeeld, dat is confronterend.’
Inloophuis
Contact met mensen die hetzelfde meemaken vindt Remco erg belangrijk. Zo praat hij met enige regelmaat met plaatsgenoot René Gaastra, die al jaren strijdt tegen kanker. ‘We begrijpen elkaar en wisselen ervaringen uit. Hij is al vijf jaar onderweg. Bij mij is het nog maar net begonnen. René staat volop in het leven en daar heb ik veel respect voor.’ Ook in het ziekenhuis ontmoette hij een man met een hersentumor. ‘Ik merk aan mezelf dat het me heel goed doet om met lotgenoten te praten. Dan heb je het gevoel dat je niet de enige bent. Joani zet zich, mede daarom, in voor de komst van een inloophuis voor kankerpatiënten in Steenwijkerland.’
Remco zit op de bank en neemt een hap van een kruimelig koekje. ‘Morsen is niet erg hoor’, zegt hij lachend. Hij veegt de kruimels van de bank. Naast de televisie staat een lijstje met een foto van zijn vader, Harm. Hij is 62 jaar geworden. ‘We hadden een sterke band. Mijn vader is drieënhalve maand nadat hij te horen kreeg dat hij een tumor had overleden. Het beklimmen van de Mont Ventoux was voor mijn gevoel het laatste wat ik voor hem kon doen. Het was een prachtige ervaring.’
Onwerkelijk
Toen Remco eind oktober naar de huisarts ging omdat hij veel last van hoofdpijn had, dacht hij dat het te maken zou hebben met het overlijden van zijn vader. ‘We zaten met z’n allen midden in een verwerkingsproces. Dat je daar hoofdpijn van krijgt is niet vreemd.’ Uiteindelijk kwam hij bij de neuroloog terecht, die de gemaakte hersenscan doorstuurde naar het ziekenhuis in Groningen. ‘Daar bleek ik op precies dezelfde plek als mijn vader een tumor te hebben. Onwerkelijk.’
Met zijn duim en wijsvinger laat hij zien hoe groot het kwaadaardige gezwel was. ‘Ongeveer 2 centimeter. De tumor blokkeerde de afvoer van het hersenvocht, waardoor ik veel last van hoofdpijn kreeg.’ Helemaal weghalen konden de artsen hem helaas niet. Er is – na de laatste operatie – nog een klein stukje blijven zitten.
‘Zo maak je twintig jaar lang niks ergs mee... en dan krijg je het ineens dubbel voor je kiezen.’ Remco maakt desondanks een sterke indruk. ‘De toekomst is onzeker, maar ik ben strijdlustig. Het gekke is dat ik me op dit moment lichamelijk best redelijk goed voel. Maar ik weet dat ik hier na de zomer nog niet vanaf ben...’


